Afscheid van mijn e-reader

Ik lees veel, en heb mede daarom ooit een e-reader gekocht. Makkelijk mee te nemen, nooit zonder leesvoer zitten, en goedkoper. Maar toch leest het minder fijn. Ik heb er dan ook een beetje een haat-liefde-verhouding mee, en mijn papieren en digitale periodes wisselen elkaar af. Toen Bol en Kobo vorige maand met Kobo Plus begonnen, een soort Spotify voor boeken, was ik in eerste instantie enthousiast. “All you can read” voor een tientje per maand, dat zou me veel geld besparen. Natuurlijk had ik net zoals bij Spotify mijn vragen over het verdienmodel erachter. Wat zou dit betekenen voor de schrijvers en de uitgevers? Maar ik besloot die twijfels maar even terzijde te schuiven en een proefabonnement te nemen. Een maand later heb ik dit alweer opgezegd en mijn e-reader ergens achterin een kast gelegd. In mijn tas zit weer een papieren boek. Ik ben er eindelijk achter dat digitaal lezen niks voor mij is, en ik zal hieronder proberen uit te leggen waarom.

Een e-reader is een computer. Er staan meerdere boeken op, je kunt er boeken op kopen, recensies van boeken op schrijven, het lettertype van een boek aanpassen en zelfs internetten. Dit alles betekent afleiding. Tijdens het lezen van een boek vraag ik me vanalles af. Moet de letter niet iets groter? Zou een ander lettertype niet fijner lezen? Zou ik niet liever een ander boek lezen? Welke boeken heeft deze schrijver nog meer geschreven? Allemaal vragen waar ik meteen actie op kan ondernemen als ik dat zou willen, door bijvoorbeeld het lettertype aan te passen of een ander boek te gaan zoeken. Ik hoef niet eens op te staan. Door deze overvloed aan keuzes wordt ik onrustig. Een papieren boek heeft dit niet, en leest door het gebrek aan mogelijkheden veel rustiger. Een oplossing zou een e-reader zijn waar je één boek op kunt zetten, en verder helemaal niks aan kunt aanpassen of opzoeken, maar ik vrees dat hier niet echt een markt voor is.

Daarnaast is er mijn eigen ervaring dat ik teksten op een e-reader veel slechter onthoud en snap. Ik heb me lang afgevraagd hoe dat komt, maar ik denk dat het te maken heeft met het gebrek aan “ruimtelijkheid” van een e-book. Als ik een papieren boek lees, zie en voel ik waar ik ben in een boek. Ook onthoud ik veel beter waar op een bladzijde belangrijke passages stonden. De tweede alinea op de linker pagina bijvoorbeeld. Ruimtelijkheid is belangrijk voor geheugen. Mensen die aan geheugenwedstrijden meedoen, gebruiken vaak de techniek van het geheugenpaleis. Zaken die onthouden moeten worden, worden op bepaalde lokaties in een mentale kamer geplaatst, waardoor ze makkelijk weer op te roepen zijn. Bij digitale boeken ontbreekt deze ruimtelijkheid, deze plaatsbepaling compleet. Er is alleen de bladzijde op het scherm, die vervangen wordt door de volgende bladzijde. Doordat bij het paginanummer vaak ook het totale aantal pagina’s staat (of het percentage gelezen) heb je nog een beetje een gevoel waar je in het boek bent, maar het is veel minder behulpzaam dan het zien en voelen van een boek.

De directe aanleiding om dit stukje te schrijven was de column van Wim Boevink in Trouw van gisteren. Hij heeft ook ooit een e-ereader gehad, maar was niet rouwig toen deze stuk ging (hij ging erop zitten). Hij schrijft o.a. dat lezen ook een tactiele aangelegenheid is, dat zinnelijkheid het lezen beïnvloedt. Je voelt het papier, gaat misschien met je vinger langs een interessante regel, bladert terug om iets op te zoeken, etc. Ook dit bevordert het onthouden en opnemen van tekst. Het lijkt een beetje op schrijven. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat handgeschreven aantekeningen veel beter onthouden worden dan getypte, waarschijnlijk omdat schrijven een motorisch complexere handeling is. Puur door het feit dat je lichaam er meer bij betrokken is, onthoud je het beter. Een soort belichaamde cognitie dus.

Ik had bijna hetzelfde stukje kunnen schrijven over Spotify, ook daar heb ik dezelfde haat-liefde-verhouding mee. Al die keuzes en mogelijkheden maken onrustig, en door het fysiekloze ervan luister ik op een of andere manier vluchtiger, minder aandachtig. Bij veel meer zaken spelen die overdaad aan keuzes en het gebrek aan ruimtelijkheid een rol, omdat we steeds meer op schermen doen. De cognitie en het geheugen van de mens hebben het hier denk ik moeilijk mee, omdat we hier evolutionair gezien niet voor zijn uitgerust. Maar zouden we dat wel kunnen worden? Zou de mens misschien langzaam op een andere manier gaan onthouden en denken, een manier die meer past bij de digitale samenleving? En zo ja, is dat dan een kwestie van jaren of van generaties? Of kunnen we het effect dat duizenden, miljoenen jaren evolutie op ons brein heeft gehad niet zomaar veranderen, en moeten we bij het ontwikkelen van digitale apparaten en producten meer rekening gaan houden met hoe ons brein werkt? Ik persoonlijk denk het laatste, al zie ik voorlopig nog geen trend die kant op en vraag ik me ook erg af of hier momenteel een markt voor zou zijn. Hoewel de voordelen van digitalisering onmiskenbaar zijn en meestal de nadruk krijgen, zouden mensen zich bewuster moeten worden van de nadelen ervan. Ik zou mezelf een digiscepticus willen noemen, niet in de zin dat ik tegen digitalisering ben, maar dat ik me blijf afvragen wat de voor en nadelen van nieuwe technologieën zijn, en welke problemen ze oplossen. En dat zouden meer mensen moeten doen.

Een reactie plaatsen